Relatie- en gezinstherapie

Relatietherapie en Gezinstherapie zijn specifieke vormen van psychotherapie. Kenmerkend voor deze vormen van therapie is dat partners of gezinsleden samen in therapie zijn. Tegenwoordig worden relatietherapie en gezinstherapie ook wel systeemtherapie genoemd en heet de therapeut systeemtherapeut. Ieder mens maakt deel uit van verschillende sociale systemen, zoals het gezin van herkomst, de partnerrelatie, de familie, de woonbuurt of het werk. De systeemtherapeut beschouwt en behandelt problemen van individuen niet als op zichzelf staand, maar plaatst ze steeds in sociaal verband.

In de systeemtherapie gaat het over de invloed die problemen van een gezinslid of partner hebben op de anderen in het systeem en hoe deze anderen de problemen van de aangemelde patiënt beïnvloeden. De systeemtherapeut gaat op zoek naar patronen in interacties die het problematische gedrag of de problematische relatie in stand houden. De nadruk van de systeemtherapie ligt op het veranderen van deze patronen. Welke systemen bij de behandeling betrokken worden, wordt bepaald in overleg met de patiënt.

De systeemtherapie bestaat uit gesprekken met een systeemtherapeut. De psychotherapeut/systeemtherapeut zal doorgaans alle betrokkenen uitnodigen voor een eerste gesprek. In de eerste fase van de behandeling wordt gezamenlijk een behandelplan gemaakt, waarin onder meer staat wat de verwachtingen en doelstellingen van de therapie zijn en wie bij de behandeling betrokken zullen worden.Tijdens de gesprekken worden de problemen besproken en de systeemtherapeut zoekt samen met de patiënten naar manieren om daar anders mee om te gaan. In de systeemtherapie kunnen de deelnemers zich bewust worden van onderlinge reacties op elkaar en gaan begrijpen welke invloed zij op anderen hebben. Meestal wordt er huiswerk afgesproken, en wordt nieuw gedrag aangeleerd en de patiënten worden bewust van de daarbij veranderende cognities.

De duur van de systeemtherapie varieert. Vaak zal de systeemtherapeut/psychotherapeut in het begin een aantal sessies afspreken, bijvoorbeeld 1x per week of 1x per 2 weken vijf of mogelijk tien dubbele sessies (Een dubbele sessie duurt max. 2x 45 minuten). Aansluitend wordt bekeken (door middel van evaluatie) of er meer sessies nodig zijn en wordt de frequentie per systeem afgesproken. In de afbouwfase, wanneer het beter gaat, is er meestal een langere tijd tussen de sessies.

Bron: NVP